Probleemverkenning
Het is bekend, Nederland is een vrijwilligersland! Ruim 40% van de mensen van 18 jaar en ouder doet vrijwilligerswerk in organisatieverband. Minder bekend, maar zeker zo interessant is dat ruim 30% van de volwassenen wel eens informele hulp biedt: niet-georganiseerde, onbetaalde hulp aan mensen buiten het eigen huishouden, zoals vrienden, familie of buren. De overgrote meerderheid van deze helpers vindt het ook nog eens leuk om te doen: zij geven aan er altijd (72%) of meestal (24%) plezier in te hebben (CBS Statline 2008).
Vraagverlegenheid
Toch bestaat er een ander beeld bij ons Nederlanders, volgens het onderzoek van Lilian Linders (Linders, L. (2010). De betekenis van nabijheid, een onderzoek naar informele zorg in een volksbuurt. Den Haag: Sdu). Volgens Linders hebben we last van vraagverlegenheid. Ten eerste willen we niet afhankelijk zijn van anderen en hebben we geen zin in bemoeizucht: we kunnen het zelf wel! Ten tweede zijn we bang voor afwijzing wanneer we een ander iets zouden vragen. Ten derde geloven we eigenlijk niet dat anderen iets voor ons willen doen. Deze vooronderstellingen kloppen niet, zegt Linders. Wanneer er een klik is, of op zijn minst een individuele relatie, dan willen mensen (denk ook aan sportvrienden, collega’s of hobbygenoten) graag een tuinklusje opknappen, eten koken of de boodschappen doen.
Sterke burgers helpen zwakkere?
Maar waarom zouden we minder vraagverlegen moeten zijn? De overheid verwacht dat zogenoemde sterke burgers, zwakkere burgers in buurten (en andere verbanden) zullen helpen. De samenleving kan op den duur de kosten van de zorg niet meer betalen en we zullen dus vaker een beroep op elkaar moeten doen, zo is het idee. Als we elkaar tijdig en vaak genoeg helpen bij dagelijkse belemmeringen, kunnen we langer zelfstandig blijven en hoeven we niet, of minder lang, in een duur verzorgingstehuis te wonen. Bovendien zullen onze kleine problemen minder snel uitgroeien tot grote, waar professionele, dus kostbare, hulp of zorg aan te pas moet komen. Kortom: we zullen meer onderling een antwoord moeten vinden op onze zorgvragen: meer inzet van mantelzorg en zorgvrijwilligers. Uit Linders’ onderzoek, naar het bieden van informele hulp in een wijk in Eindhoven, bleek dat men elkaar vooral op individueel niveau hielp. Daarnaast deed men dat vooral voor ‘lotgenoten’: anderen die ook een hulp- of zorgvraag hadden. Het onderscheid van de overheid tussen ‘sterkere’ en ‘zwakkere’ burgers en de hulp die zij elkaar zouden moeten geven, ging niet op.
Wederkerige relatie
Ook Alleato ziet dit in haar werkpraktijk. Het verschil dat de overheid maakt, doet bovendien geen recht aan hoe mensen in elkaar steken: iedereen heeft wel iets te bieden, iedereen wel iets te vragen. In een wederkerige relatie is men beide helper en vrager en is er geen gevoel van afhankelijk te zijn van de ander. Vragen wordt zo makkelijker. Alleato zet om die reden in op het versterken van de eigen netwerken van burgers en op de samenwerking tussen zorg en welzijn, om die verbanden te faciliteren. Alleato is, net als Linders, van mening dat we meer aan elkaar hebben, door te accepteren dat vragen prima is en geen teken van zwakte. Daarnaast zou de hulpbereidheid die er bij ons allemaal is, meer zichtbaar moeten worden. Door sociale netwerken van burgers te verstevigen kunnen meer mensen een beroep doen op elkaar.
Omslag bij welzijn
Wat Alleato betreft rijst hiermee de vraag waarom er niet meer geïnvesteerd wordt in de welzijnssector en haar mensen. Door de actuele situatie van bezuinigingen wordt het de branche moeilijk gemaakt een adequaat, toekomstbestendig aanbod te vormen. De overheid bedeelt de welzijnsbranche in het kader van de WMO een niet te onderschatten rol toe. Van de sector wordt verwacht dat zij een preventieve rol zal kunnen spelen, zodat minder snel curatieve middelen uit de zorg hoeven worden ingezet. Welzijnsinstellingen zullen daarvoor een omslag moeten maken in denken en doen, en van medewerkers zijn andere competenties nodig. Ook moet tussen zorg en welzijn meer (integraal) worden samengewerkt. Vragen van burgers liggen meer en meer op een schemergebied tussen de twee gebieden. De grens tussen welzijnsaanbod en de zorg vervaagt, waar het leunen op informele hulp ophoudt en professionele ondersteuning begint. De kwaliteit van zorg moet immers gewaarborgd zijn, iets wat met het inzetten van het informele netwerk niet altijd kan. Bovendien: niet alles kan door vrijwilligers worden gedaan: dat kan je niet van ze vragen…
Op dinsdag 25 oktober organiseert Alleato een korte werkconferentie over het thema vraagverlegenheid voor beleidsmakers en uitvoerders. Op 1 november kun je bij ZET Brabant terecht voor hetzelfde programma. Aan bod komen vragen als: Wat kun je als instelling van je vrijwilligers vragen? Wat kunnen we eigenlijk van burgers in een kwetsbare positie verwachten? Hoe zorg je dat formele en informele netwerken aan elkaar verknoopt worden binnen een gemeente? Een uitnodiging volgt! Eerder al vragen? Neem contact op met Karin Verbeek.




