Mensen willen zelfredzaam zijn

 Lilian Linders

Het proefschrift van Lilian Linders (zie kader)  heeft veel discussie binnen het sociale veld te weeg gebracht. Veel beleidsmakers en uitvoerende professionals weten van haar proefschrift en bevindingen, welhaast een unicum in de sociale sector. Eén jaar na het verschijnen van het proefschrift maken wij met Lilian de balans op. Wat heeft zij geleerd dit jaar, en welke gevolgen heeft haar proefschrift gehad -of zou het moeten hebben- op de sociale sector en overheidsbeleid?

Hoe kijk je één jaar later tegen je eigen proefschrift aan?

'De conclusies en daaraan verbonden aanbevelingen staan nog steeds. Mensen zijn bereid elkaar meer te helpen dan nu het geval is maar bij veel mensen speelt vraagverlegenheid, handelingsverlegenheid en/of accepatieschroom (zie kader). Om elkaar (informeel) te helpen is een persoonlijke relatie noodzakelijk. De basis van informele hulp is daarmee het sociale netwerk van een individu. Een van mijn handreikingen is dat de sociale sector meer gaat investeren in het versterken van sociale netwerken. Het kan dan gaan om herstel van bestaande netwerken of uitbreiding van netwerken.

Ik heb aangetoond dat juist de mensen met gelijke problematiek meer geneigd zijn elkaar te helpen met of zonder inbreng van de sociale professional. Echter, overbruggend sociaal kapitaal (tussen mensen met een specifiek probleem en mensen die dat probleem niet hebben) komt niet vanzelf tot stand, maar is soms wel nodig. Daar is zeker de inzet van de professional bij nodig.

Hoewel gemeenten en welzijn de mond vol hebben van het benutten van de kracht van burgers, komt hier in de praktijk nog te weinig van terecht. Bij ‘achter de voordeur’ projecten zie ik bijvoorbeeld nog te vaak dat het doorverwijzen naar andere professionals de eerste reflex van de professional is. Nog te weinig wordt gekeken naar het netwerk van mensen en hoe dit een rol kan spelen in het voldoen aan de geconstateerde vraag.

Voor een deel is dit te verklaren uit het feit dat welzijnsorganisaties, zeker in tijden van bezuinigingen, op zoek zijn naar legitimatie van hun werkzaamheden (ze worden bv afgerekend op het aantal cliënten dat ze bedienen of doorverwijzen), maar het denken in sociale netwerken zit ook domweg nog te weinig tussen de oren van de sociale professional.

Het denken in vraaggericht werken leidt ertoe dat professionals te weinig pro-actief handelen. Zolang iemand niet expliciet professionele hulp vraagt bij bijvoorbeeld het herstel van de relaties binnen zijn netwerk, gebeurt er niets. Vraaggericht werken kan leiden tot handelingsverlegenheid bij de professional.

In de zorg zie je wel al methodieken en projecten gericht op het mobiliseren van sociale netwerken rondom een cliënt. Zo werkt Mezzo met de methodiek Natuurlijk,een netwerkcoach! De welzijnsorganisaties zouden dit soort methodieken onmiddellijk in hun productenboeken moeten opnemen.'

Sommige welzijnsorganisaties zien het, in het kader van de zorgzame samenleving, als hun primaire taak zo veel mogelijk vrijwilligers te mobiliseren. Hoe sta jij daar tegenover?

'Ik ben erg te spreken over vrijwilligerswerk en de inspanningen die welzijnsorganisaties op dit terrein doen. Mensen aanvaarden nu eenmaal eerder hulp van een vrijwilliger dan van familie/buren. Daarmee is de vrijwilliger een antwoord op de vraagverlegenheid. Echter, de vrijwilliger is een verlengde van het professionele netwerk. Hij is verbonden aan een organisatie en moet voldoen aan allerlei voorwaarden ( tijdsinvestering, training, bewijs van goed gedrag etc) en wordt aangestuurd door professionals. De “traditionele” vrijwilliger is daarmee niet het antwoord als het aankomt op het versterken en verbreden van iemands sociale netwerk zodat hij, los van instellingen, in zijn eigen vraag kan voorzien. Wat mij betreft is het investeren in sociale netwerken en het mobiliseren van de kracht daarin minstens zo belangrijk als het werven van vrijwilligers.'

De regering ondersteunt je betoog en roept op tot meer verantwoordelijkheid en eigen kracht in de samenleving. Hoe sta je daar tegenover?

'Ik vind het een vervelend verhaal zoals het nu gebracht wordt. Het suggereert dat veel mensen die aanspraak doen op de overheid niet hun eigen kracht aanspreken of geen verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf en/of anderen. Ik zie echter dat de meeste mensen wel verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leven vanuit de motivatie niet afhankelijk te willen zijn. Sommige mensen hebben nu eenmaal ondersteuning nodig. Het is in mijn ogen een misvatting dat mensen niet zelfredzaam willen zijn. We moeten af van de te ver doorgeschoten verzorgingsstaat, die de individuele burger tot passieve ontvanger van professionele zorg heeft gemaakt. We moeten investeren in - en niet bezuinigen op- een overheid die mensen ondersteunt in het mobiliseren van hun eigen kracht en dat van hun netwerk.'

 

Vraagverlegenheid, handelingsverlegenheid en acceptatieschroom

Vertrekpunt van Linders’ onderzoek is de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), die
een appèl doet op burgers om (nog) meer voor elkaar te zorgen. Om deze informele zorg te
ondersteunen of te stimuleren is het van belang om inzicht te krijgen in de mechanismen
achter de totstandkoming hiervan.

Uit haar onderzoek blijkt dat buurtcohesie helemaal geen voorwaarde is voor burenhulp. ‘We leven in een sterk geïndividualiseerde samenleving, waarbij we ook waarde hechten aan een bepaalde sociale afstand. Dat betekent niet dat we elkaar niet helpen, maar dat doen we op basis van een persoonlijke relatie met een buurman of buurvrouw’, aldus Linders.

Het onderzoek maakt tevens zichtbaar dat veel mensen schromen om hulp te vragen aan hun
sociale netwerk. Deze vraagverlegenheid is een grotere belemmering voor het tot stand
komen van informele zorg dan een gebrek aan hulpbereidheid van buren, vrienden en
bekenden. Ook vinden we het lastig om hulp aan te bieden. Deze handelingsverlegenheid komt niet voort uit ‘niet willen’ maar uit angst in te dringen in het leven van een ander (Zit die ander wel op mij te wachten?). Daarnaast vinden sommige mensen het lastig om hulp te aanvaarden, acceptatieschroom.

Het proefschrift van Lilian Linders is te bestellen bij de SDU.

 


Aanmelden Nieuwsbrief Alleato



Alleato is een adviesbureau voor sociale vraagstukken in de provincie Utrecht. Wij brengen overheden, instellingen, burgers en bedrijven bij elkaar en ondersteunen hen bij het benutten van hun kwaliteiten. Alleato heeft krachtige netwerken en brengt nieuwe inzichten in de praktijk.