Zorg om welzijn

De komst van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) brengt grote veranderingen met zich mee op het gebied van zorg en welzijn. Deze vernieuwing vraagt veel van alle betrokkenen. Hoe kunnen de doelstellingen van de Wmo worden behaald: meer zelfredzaamheid en grotere maatschappelijke participatie van (kwetsbare) burgers? Om antwoord te vinden op deze vragen en om effectieve werkwijzen te ontwikkelen, is het Kenniscentrum Sociale Innovatie (KSI) van de Hogeschool Utrecht gestart met de Wmo-werkplaats Utrecht.

Tij keren
Van Ewijk: 'Eigenlijk is het grootste probleem niet de klachten van de kwetsbare burger en ook niet de zorg die geleverd moet worden. Het grootste probleem is dat mensen niet participeren, geïsoleerd raken, vereenzamen en daarom een groter beroep doen op zorg en de geestelijke gezondheidszorg (GGZ).' GGZ maakt zich zorgen over cliënten, zoekt samenwerking met thuiszorg, maar haalt welzijn er volgens van Ewijk te weinig bij. Hoe zorg je er nou voor dat mensen minder eenzaam zijn? Moet je het niet omdraaien? Welzijn werkt met mensen in de buurt, signaleert problemen en zou aan de hand daarvan verbinding moeten zoeken met de GGZ. Van Ewijk: 'Dit gebeurt nu nog teveel omgekeerd. De vraag is hoe je dit tij kan keren, want welzijn is de activeerder bij uitstek.'


Basisprofessional
De sociale professional heeft zijn eigen plek naast de therapeut, de opleider, de arts. Welzijn zou gastheer moeten zijn voor de bewoners. De sociale professional is op de hoogte van de zorgvraag in de wijk en is de ontvangende partij. Van daaruit moet de link gelegd worden naar Zorg. Voorwaarde is wel dat de sociale professional een min of meer continue factor is in de wijk. Daar ontbreekt het vaak aan. Uit onderzoek bleek dat buurtbewoners professionals in de wijk als passanten zien: buurtbewoners kennen de professionals niet en andersom. Er is sprake van een georganiseerde discontinuïteit: kortdurende projecten, zorg is versnipperd, het aantal instellingen is grotesk en professionals wisselen te vaak van functie. Versplintering van het welzijnswerk moet teruggedrongen worden door een stevige goed herkenbare basisprofessional, met daarom heen een ondernemende dienstverlening en daarachter de specialisten.


Burgers
Het gaat overigens niet alleen over samenwerking tussen instellingen maar ook om samenwerking tussen burgers onderling. Hierbij is de vraag hoe je de steunnetwerken die er zijn in stand houdt. De uitdaging is om te zorgen voor een steunstructuur die deels uit mantelzorgers, deels uit professionals bestaat. Van Ewijk: 'Hoe beter je dat voor elkaar hebt hoe minder snel je in de gespecialiseerde zorg raakt. Een goede welzijnsinstelling bestaat dan ook uit een mix van professionals en vrijwilligers. Zorg dat je meer steun biedt dichtbij huis en zet in op het sociaal functioneren in plaats van op de therapie.'
De uitdaging is een goede infrastructuur op het gebied van zorg en welzijn organiseren, zodat kwetsbare burgers in staat zijn in de wijk te blijven wonen en deel te nemen aan de samenleving, als ook een bijdrage aan diezelfde samenleving leveren.
 

Laat u ook inspireren door De WMO als sociale innovatie. Een impuls voor sociaal werk.

Hans van Ewijk is lector sociaal beleid, innovatie en beroepsontwikkeling aan de Hogeschool Utrecht, hoogleraar Grondslagen van het Maatschappelijk werk aan de Universiteit van Humanistiek en gasthoogleraar aan de Universiteit van Tartu (Estland). E-mail: hans.vanewijk@hu.nl
 

Aanmelden Nieuwsbrief Alleato



Alleato is een adviesbureau voor sociale vraagstukken in de provincie Utrecht. Wij brengen overheden, instellingen, burgers en bedrijven bij elkaar en ondersteunen hen bij het benutten van hun kwaliteiten. Alleato heeft krachtige netwerken en brengt nieuwe inzichten in de praktijk.