De provincie investeert
Welke samenwerkingsverbanden ondersteunt de provincie binnen wonen, welzijn, zorg in het kader van wijkgericht werken?
De provincie brengt in bovenlokaal verband partners samen die met hetzelfde thema bezig zijn. Zo is er de WMO werkplaats waarin gemeenten, organisaties op het gebied van wonen, welzijn en zorg en kennisinstellingen samenkomen. De Hogeschool Utrecht is trekker van dit platform. De partners leren van elkaars ervaringen.
Binnen gemeenten ondersteunt de provincie woonservicezones en wijkservicepunten. Woonservicezones zijn zones waar gemeenten, woningbouwcorporaties, welzijnsorganisaties en zorginstellingen samenwerken om mensen in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te wonen, door een aanbod van woningen en zorgvoorzieningen. Voor het provinciale programma Wel Thuis! is dit een belangrijk doel. Wijkservicepunten zijn locaties in een wijk waar een dienstenaanbod samenkomt. Bijvoorbeeld De Plint in Woerden is een wijkservicepunt waar ouderen en mensen met een beperking informatie en advies kunnen halen over ondersteuningsaanbod, waar dagactiviteiten worden georganiseerd en waar mensen kunnen binnenlopen voor een kop koffie en ontmoeting.
Gischler: 'De ontwikkeling van wijkservicepunten zie je in bijna alle gemeenten, ondersteund door het WMO beleid. Er is geen blauwdruk voor een wijkservicepunt. Wat de wijk nodig heeft en welke partijen willen participeren, bepalen de vorm. De provincie faciliteert die optimale vorm.' Het initiatief voor wijkservicepunten en woonservicezones kan van verschillende organisaties komen. Gischler: 'Uiteindelijk draait het vaak om een paar enthousiaste mensen met visie en ambitie die het van de grond krijgen.' Het borgen van de initiatieven vraagt vaak weer om andere mensen en andere kwaliteiten. Dit ondersteunt de provincie ook. Gischler: 'Daar is momenteel veel vraag naar, naar die borging. Ook is er veel vraag naar het maatschappelijk rendement. Partners willen graag zichtbaar maken wat een investering in bijvoorbeeld een wijkservicepunt oplevert. De provincie kijkt momenteel naar welke instrumenten er zijn voor het bepalen van dat maatschappelijk rendement.'
Hoe ondersteunt de provincie woonservicezones en wijkservicepunten?
De provincie ondersteunt via visieontwikkeling, kennisdeling, haalbaarheidsonderzoeken en soms door te helpen projectleiders te vinden. De provincie beschikt over een pool van capabele projectleiders op deze thema’s. De provincie organiseert ook bijeenkomsten om kennis te delen, bijvoorbeeld samen met het SEV of de WMO Werkplaats.
Wie ziet de provincie daarbij als belangrijkste samenwerkingspartners in het lokale veld?Gischler: 'De provincie steunt maatschappelijke partners die primair verantwoordelijk zijn. De gemeenten zijn ons eerste aanspreekpunt. Zij zijn verantwoordelijk vanuit de WMO voor deze thema’s. Afhankelijk van de lokale situatie komen er partners bij.' De provincie onderhoudt contacten met de gemeenten via haar eigen accountmanagers. Zij volgen ontwikkelingen en hebben regelmatig contact met gemeenteambtenaren.
Grijpt de provincie in als een lokale samenwerking niet goed verloopt?
Gischler: ‘Wij wijzen partners op het bestaan van de film 'Het boekje van Ellen' van Actiz en Aedes. Dat biedt een methode om de samenwerking met elkaar te analyseren om knelpunten te herkennen en aan te pakken. Daarnaast kunnen wij een deskundigenpool inschakelen om processen weer vlot te trekken. Volgens Gischler is door de economische crisis de samenwerking tussen partners ingewikkelder. Er is minder financiële speelruimte. Ook zijn partners minder bereid om risico’s te nemen. Er is meer nadruk op wat een investering oplevert. Ook voelt men meer concurrentie. Daardoor zijn partners wat terughoudender en voorzichtiger geworden. Dit kan een goede samenwerking belemmeren.
Hoe ziet u de toekomst voor woonservicezones en wijkservicepunten?
Gischler: 'De vraagstukken zullen blijven, al zullen door de ontwikkeling van informatietechnologie wel veranderingen ontstaan. Zeker is ook dat door de vergrijzing en decentralisatie van overheidstaken de gemeenten voor een grote en complexe opgave komen te staan. Wat de rol van de provincie op dit vlak is, is zeer de vraag. Dat zal van het nieuwe college afhangen.'





