'Erken elkaars afhankelijkheid'
Een belangrijk aspect uit het basismodel CJG is de aansluiting op de Zorg- en adviesteams (ZAT) op scholen. Het Centrum voor Jeugd en Gezin is een vaste partner in het ZAT. ZAT's en CJG's zouden geen dubbel werk moeten doen, maar elkaar juist moeten versterken. Dat vraagt er om dat bij de inrichting van CJG's goed bekeken zou moeten worden wat de functies zijn die door ZAT's in de gemeente of regio al worden uitgevoerd.
Efficiëntie
Jonker: 'In Wijk bij Duurstede is er een ZAT voor het voortgezet onderwijs en bestond er al een breed netwerk jeugdhulpverlening voor jongeren in de leeftijd van 0 tot 23 jaar. Met de invoering van het CJG is dat bestaande netwerk opgedeeld in een CJG overleg 12- en een CJG overleg 12+.' Dit is een privacytechnische keuze maar vooral ook een keuze voor efficiëntie. Naast het CJG overleg 12+ is er een ZAT in het voortgezet onderwijs voor leerlingen 12+. De bedoeling is dat deze overleggen elkaar versterken. Het CJG overleg 12- zal uiteindelijk gaan functioneren als een bovenschools ZAT voor primair onderwijs. Jonker: 'Als CJG moet je naar het ZAT toe bewegen, van bestaande overleggen gebruik maken. Je moet laten zien wat voor scholen en ZAT’s de meerwaarde is van het CJG en het casusoverleg binnen het CJG.'
Vindplaats
Scholen vormen dé vindplaats bij uitstek voor risicosignalering bij kinderen en jongeren. Tegelijkertijd kunnen bijvoorbeeld ook via jongerenwerkers, sportverenigingen en maatschappelijk werk signalen binnenkomen. Het is daarom goed dat er zowel op het niveau van de school overleg wordt gevoerd als op het niveau van het CJG. Jonker: ‘Het CJG is verantwoordelijk voor hulp en ondersteuning aan alle kinderen in de gemeente, het ZAT richt zich op kinderen op school. Eenvoudige vragen zouden in mijn optiek binnen het ZAT opgelost kunnen worden, meer complexe gevallen -die het ZAT overstijgen -kunnen in het CJG overleg worden geagendeerd. Het gaat er uiteindelijk niet per sé om wie een signaal oppakt, maar dát er iets mee gebeurt,
Ontkoppelen
Het CJG bestaat uit 3 pijlers: de laagdrempelige frontoffice (fysiek en digitaal), de opvoed- en opgroeiondersteuning en de sluitende aanpak van risicocasuïstiek. Jonker: 'Eigenlijk moeten de eerste twee pijlers en de laatste pijler ontkoppeld worden. De frontoffice en opvoed-en opgroeiondersteuning gaan over de laagdrempeligheid van het CJG, een belangrijke doelstelling van de invoering van het CJG. Hier kunnen leerkrachten met vragen terecht, maar zij kunnen ouders ook naar het CJG doorverwijzen. Deze beide pijlers richten zich op alle ouders, opvoeders en jeugdigen in een gemeente. De derde pijler, sluitende aanpak, gaat over multidisciplinaire samenwerking om te voorkomen dat partijen langs elkaar heen werken. Het CJG speelt hierin een faciliterende en versterkende rol.'
Tijd
In het geval van Wijk bij Duurstede heeft het bestaande jeugdhulpverleningnetwerk geholpen bij het doorontwikkelen van samenwerking. Jonker: 'Gemeenten zonder een dergelijk netwerk moeten daarom realistisch voor ogen houden dat samenwerking tijd kost. De neuzen moeten dezelfde kant op staan en partijen moeten erkennen dat ze elkaar nodig hebben voor goede ondersteuning van en hulp aan kinderen.'





