Van SMART naar dialoog
Als ambtenaar loopt Esther van Rooijen nog wel eens aan tegen het feit dat welzijn heel goed weet wat er speelt in de samenleving, maar tegelijkertijd de bal bij de gemeente legt om aan te geven wat welzijn precies moet doen. Dit terwijl de gemeente juist de input van welzijn nodig heeft om hierover een beslissing te kunnen nemen. Esther: ‘Je komt dan niet tot een goed gesprek met elkaar.’ Daarnaast is er een continue focus op vernieuwing zonder dat goed wordt geëvalueerd wat wel of niet gewerkt heeft. Binnen welzijn gaat er niet direct iets mis als je iets niet goed doet, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de gezondheidszorg. Dit maakt welzijn tot een zachte sector waar evaluatie niet van levensbelang is.
SMART
Voor de provincie is bij het bepalen van wat ze wel of niet financiert, met name naar welke rol ze wil spelen. De provincie financiert tweedelijns ondersteunende organisaties en zit op het bovenlokale niveau waarbij we bijvoorbeeld willen stimuleren en innoveren. Esther: ‘Hoe je maatschappelijke effectiviteit aantoont is dan een moeilijk vraagstuk.’ Esther constateert echter het begin van een omslag hierin. De afgelopen jaren is binnen de overheid veel aandacht besteed aan SMART afspraken, bijvoorbeeld door beleid gestuurde contractfinanciering. Dit was erg nuttig en gaf inzicht in welke producten er zijn en hoe je daar keuzes in kan maken. Als overheid, als financier, wil je je op alle niveaus kunnen verantwoorden en moeten de middelen doelmatig en rechtmatig ingezet worden. Daarom moet het zo concreet mogelijk, want daarmee overtuig je het snelst. SMART werken is echter maar een deel van het antwoord: het klopt misschien wel op papier maar daarmee heb je met elkaar dan echt helder wat nodig is? Is dan echt de meerwaarde aangetoond? Esther: ‘Hoewel we de omslag zien gebeuren zijn we, als cultuur maar ook sociale afdeling, daar nog steeds kwetsbaar in.’
Dialoog
Esther: ‘Binnen het team van media een kunsten zijn we bezig met de vraag hoe wij die maatschappelijk effect meting vanuit de provincie kunnen stimuleren.’ Daarvoor moet je als provincie de dialoog met de gesubsidieerde instellingen aangaan en werken aan een vertrouwensbasis. We zijn hiervoor aangehaakt bij de discussie rond het begrip horizontale verantwoording. Instellingen verantwoorden zich ten opzichte van elkaar en niet alleen naar de financier. Een dergelijke denkwijze vereist iets van de instellingen als ook van de opdrachtgever. Voorwaarde is ook dat men vooral partner en geen concurrent van elkaar is. We hebben juist de kennis en expertise van de kunstinstellingen nodig, om te kijken wat goed is. Wij willen dan ook van hen dat ze helder maken wat hun positie, hun meerwaarde, in het veld is. Esther: ‘Durf jezelf kritisch onder de loep te nemen en laten we zoeken wat er beter kan. Het gesprek aangaan om zo een gezamenlijk verhaal en aanpak te ontwikkelen. In het verleden hebben wij dit soort informatie nooit opgevraagd bij organisaties.’
Rol provincie
Esther: ‘Ik zie wel een rol voor de provincie om lokale organisaties te ondersteunen met het kritisch kijken naar zichzelf.’ Een dergelijke aanpak ziet Esther ook zitten voor het team zorg welzijn en onderwijs. Binnen dit team speelt momenteel vooral de discussie rond vraagsturing. Evengoed is ook hier de vraag aan orde: wat willen we dat onze steuninstellingen, zoals Alleato, doen en wordt dat vervolgens goed gedaan? Esther: ‘De provincie zit nu vooral aan de voorkant van het verhaal en zou nog meer aandacht kunnen besteden aan het cyclisch proces van leren: wat komt er uit de evaluaties van een aanpak en wat betekent dat voor de aanpak?’





