Het CJG en Capaciteitsgericht werken
Ouders gaan nu naar het CJG en worden, ook met een lichte hulpvraag, doorverwezen naar
een deskundige. De eigen kracht van mensen moet opnieuw worden aangeboord. Rob Peters,
kwartiermaker CJG, vertelt over de wijze waarop hij dit ziet. Alfons Ravelli, docent Pedagogiek
op de HU, pleit voor eigen kracht in onderwijs. Miriam Stolten
Op donderdag 1 oktober jl, sprak minister Rouvoet tijdens het congres 'Eigen Kracht(-conferenties) en
de Centra voor Jeugd en Gezin' in Zwolle. In zijn speech gaf de minister aan dat de Centra voor Jeugd
en Gezin (CJG) er goed aan doen om vaker de Eigen Kracht- conferentie toe te passen. Wat er
volgens Jo Hermanns daarnaast moet gebeuren, is dat hulpverleners naar de gezinnen toe gaan. 'De
overheid moet investeren in wijken en scholen en in CJG’s als instelling waar je écht wordt geholpen.'
Alleato deelt deze mening.
Eigen Kracht en CJG
Door capaciteitsgericht te werken, worden mensen gestimuleerd knelpunten zoveel mogelijk binnen
hun eigen cirkel op te lossen. Mensen worden aangesproken op hun kracht en kunnen daarbij het
CJG inschakelen. Ook het CJG zal deze werkwijze moeten hanteren: wat kan er binnen de eigen
omgeving worden opgelost en hoe ondersteunen we mensen daarbij? Hedda van Lieshout,
regiomanager Eigen Kracht Centrale, geeft aan dat er nog geen Eigen Kracht-conferenties (EKC) in
het CJG in de provincie Utrecht worden toegepast. Wel heeft de provincie Utrecht vorig jaar aan
Bureau Jeugdzorg een beschikking gegeven voor 10 conferenties. Deze zijn allen, naar tevredenheid,
uitgevoerd. Van Lieshout is nu in gesprek met de Provincie over het inzetten van EKC bij het CJG.
Een aantal gemeenten is hier ook mee bezig. ‘Het is een goede ontwikkeling dat er de tijd wordt
genomen om deze nieuwe beweging in gang te zetten. Het vergt een omslag in denken bij alle partijen
om het proces van besluitvorming en daarmee de regie bij families te leggen en dat kost tijd.’
Verbindingen leggen
Volgens de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling is een CJG het meest effectief als ze hun rol
vooral ziet als bevorderaar van een goed werkende sociale omgeving. In haar advies ‘Investeren
rondom kinderen’ introduceert de RMO de term village waarmee de sociale omgeving van gezinnen
wordt aangeduid. Alle gezinnen– niet alleen gezinnen met problemen- hebben volgens de RMO tot op
enige hoogte last van de steeds meer verdwenen functies van deze sociale omgeving. Om te
voorkomen dat ouders, maar ook professionals, overbelast raken, zou de samenleving de opvoeding
van kinderen meer als gezamenlijke verantwoordelijkheid moeten dragen. De neiging bestaat om
beleid te concentreren op wat professionals voor (probleem)gezinnen kunnen doen, terwijl er ook veel
mogelijkheden zijn om gunstige voorwaarden te scheppen opdat burgers meer voor elkaar gaan
betekenen. Professionals kunnen dan vooral verbindingen leggen tussen gezinnen onderling en
tussen gezinnen en de in hun omgeving bestaande expertise
Dialoog
Rob Peters, kwartiermaker CJG in Utrecht, onderschrijft deze visie op basis van zijn ervaring in het
werken met kinderen en hun ouders, in het bijzonder met sociaal geïsoleerde gezinnen. Ook deelt hij
de ongerustheid van Hermanns dat het CJG een verwijsmachine dreigt te worden. Het CJG moet
volgens Peters een grote rol spelen in het faciliteren van ontmoeting tussen mensen. In Leidsche Rijn
zal het CJG het pilotproject ‘Versterking van de Pedagogische civil society’ uitvoeren. De term
‘pedagogische civil society’ verwijst naar de gemeenschappelijke activiteiten van burgers rond het
grootbrengen van kinderen en jongeren. Het stellen van vragen, het bespreken van lastige
opvoedkwesties, het vragen om informatie over specifieke opvoedingsvragen is niet voor iedereen een
eenvoudige kwestie. Omdat mensen elkaar eenvoudigweg niet meer zo goed kennen of elkaar minder
durven aanspreken. En als het om professionals gaat bestaat er wellicht vanuit ouders drempelvrees.
Het delen van opvoedkwesties en vragen om steun lijkt in een soort taboesfeer geraakt te zijn
Juist daarom moet volgens Peters het CJG laagdrempelig zijn en een open inloop hebben. Binnen het
project is men op zoek naar mogelijkheden om weer met elkaar in dialoog te komen over opvoeden.
De pedagogische dialoog ontstaat niet zomaar, maar vloeit vooral voort uit veilig en vertrouwde
contacten, het kennen van elkaar. Rob Peters pleit ervoor om dit te stimuleren door het inzetten van
een koffieruimte met een keuken en een gastvrouw. Deze kan de bezoekers ontvangen, inspelen op gesprekken of deze zelfs opstarten. De keuken biedt de mogelijkheid tot verbindende activiteiten en
werkt drempelverlagend.
Alleato is daarnaast van mening dat het toepassen van capaciteitsgericht werken ook al eerder,
namelijk bij het opzetten van een CJG, begint. De Provincie Utrecht wil onderzoeken op welke manier
de doelgroep van het CJG het beste bereikt kan worden. Om antwoord te krijgen op deze vraag stelt
Alleato voor om met potentiële doelgroepen uit te wisselen wat zij verwachten van het CJG, maar
daarnaast ook als CJG uit te dragen welk doel je nastreeft. Volgens Alleato is het betrekken van
burgers bij de ontwikkeling van en beeldvorming rond het CJG, de enige manier om het CJG te laten
slagen. Want als beelden en verwachtingen (van zowel ouders als gemeente) niet matchen kan het
gebeuren dat er een CJG operationeel is, waar vervolgens (bijna) niemand komt. Niet alleen Eigen
Kracht Conferenties kunnen in een capaciteitsgerichte werkwijze voorzien. Andere voorbeelden zijn
onder andere de dialoogmethodiek, de presentiebenadering en Open Space.
Eigen Kracht in onderwijs
Ook in het onderwijs is het zinvol om capaciteitsgericht werken toe te passen. Dit kan bijvoorbeeld met
behulp van ‘cirkels tegen uitsluiting’. Bij het lectoraat Sociaal Beleid, Innovatie en Beroepsontwikkeling
op de Hogeschool Utrecht werkt Alfons Ravelli, docent op de Hogeschool van Utrecht, aan een
voorstel voor een promotieonderzoek op dit onderwerp. In een dergelijke cirkel worden bij spanningen
of problemen op school de betrokkenen bij elkaar geroepen. In het gesprek dat volgt, krijgt iedereen
de ruimte om te vertellen wat er volgens hem of haar is gebeurd en hoe het ieder persoonlijk heeft
geraakt. Tot slot wordt er samen een oplossing bedacht. Dit gesprek wordt een ‘cirkel’ genoemd. De
methodiek kan ook preventief worden ingezet om problemen te voorkomen. Doel is dan vooral een
manier van omgang met elkaar te creëren waar ruimte is voor verschillen en respect voor elkaar. Niet
de leerling is lastig, maar de ander (docent of medeleerling) ervaart hem of haar lastig en daar is over
te praten en daar kun je samen een oplossing voor verzinnen. Een dergelijke methodiek krijgt nog
meer waarde als er een doorgaande lijn is in het voortgezet onderwijs, de wijkpolitie en de jeugdzorgen welzijnsorganisaties. Alleato onderzoekt graag met Ravelli de mogelijkheden om in het voortgezet
onderwijs met leercirkels aan de slag gaan.
.





