De maatschappij zijn wij!
De overheid in Nederland heeft een zorgende traditie. In de loop van de jaren is aan de vorm
van de verzorgingsstaat gesleuteld. Wat had dit voor gevolgen voor de positie van de burger
en haar leefwereld. Waar staat de burger nu? Pascal van Wanrooij.
Dat er geen aansprekend Nederlands woord voor civil society bestaat is veelzeggend. Aan termen als
gemeenschapszin, actief burgerschap of nabuurschap kleeft bij veel mensen een spruitjeslucht. In de
Angelsaksische landen heeft men minder moeite met dergelijke termen. In deze landen heeft de
overheid een veel minder zorgende traditie waardoor burgers meer op elkaar aangewezen zijn. Vanaf
de jaren zestig heeft de Nederlandse overheid een verzorgingsstaat opgebouwd: een sociaal systeem
waarin de staat primaire verantwoordelijkheid draagt voor het welzijn van zijn burgers. De
economische crisis van de jaren tachtig tekende het begin van de hervorming van onze
verzorgingsstaat. Enerzijds zou een dergelijke staat te duur zijn en anderzijds zou de verzorgingsstaat
ervoor zorgen dat burgers niet meer aangesproken worden op hun eigen verantwoordelijkheid. De
oplossing werd gezocht in de markt: deze zou meer effectieve en efficiënte oplossingen bieden voor
de vragen van burgers. En de burger werd, als individu, zelf verantwoordelijk voor het formuleren van
zijn vraag en het werken aan oplossingen. De burger werd klant in plaats van cliënt.
De burger als klant
De verwachtte efficiëntie en effectiviteit van de markt lijkt uitgebleven. Sociaal zwakkere burgers
hebben niet de mondigheid die hoort bij de verwachte eigen verantwoordelijkheid. Zij zijn niet goed in
staat hun hulp- of zorgvraag te benoemen en weten vaak ook de weg niet naar passende hulp of
financiering hiervoor. De overheid staat niet meer vanzelfsprekend aan hun zijde. Het gevolg is dat
juist deze burgers zich in de steek voelen gelaten en de overheid, instellingen en de maatschappij in
zijn geheel de rug toe keren. Maar ook veel sociaal sterkere burgers, die goed in staat zijn om vanuit
eigen verantwoordelijkheid hun zaakjes te regelen, ervaren een gemis van verbondenheid, of lelijker
gezegd, van normen en waarden in de samenleving. Ook zij hebben een verminderd vertrouwen in
overheid en markt als het gaat om het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. De kredietcrisis
toont de kwetsbaarheid van overheid en markt eens te meer. Burgers, die volledig overtuigd waren
van hun zelfredzaamheid, zien hun investeringen, baan of zelfs hun huis op het spel staan. De vele
gedupeerden van allerlei aandelenfondsen vragen nu weer om solidariteit.
Investeren in de burger
De roep om weer te investeren in de civil society is terecht. Niet zo zeer vanwege de financiële
noodzaak maar veeleer omdat burgers niet alleen cliënt of klant maar ook mens zijn. Het is juist deze
relatie van mens tot mens, de basis van de civil society, die door de verzorgingsstaat en de markt
onder druk is komen te staan. Niet in de zin dat mensen a-socialer zijn geworden: mensen hebben
niet een kleiner, maar eerder een groter netwerk dan hun ouders. Wel zijn ze minder afhankelijk
geworden van hun netwerk als het gaat om het oplossen van problemen of het voorzien in behoeften.
De systeemwereld van markt en overheid heeft de functie van de leefwereld verzwakt en daarmee de
relatie van burgers onderling veranderd. Het idee van wederkerigheid en solidariteit is meer en meer
vervangen door eigen verantwoordelijkheid ingebed in een stelsel van rechten en plichten.
”Wederkerigheid kan niet alleen een goede impuls bieden in onze pluriforme samenleving, het
kan ook het mechanisme vormen voor nieuwe vormen van solidariteit, waaraan de
samenleving veel nood heeft. In het geheel van rechten en plichten van burgers echter is het
wederkerigheidsbeginsel ondergesneeuwd. Binnen de wederkerigheid verrichten mensen over
en weer belangeloze prestaties in het vertrouwen dat deze vroeg of laat worden beantwoord.”
Dorien Pessers Liefde, solidariteit en recht Dissertatie Universiteit van Amsterdam, 1999 Investeren in de civil society is investeren in de sociale netwerken van burgers, waarbinnen zich
gemeenschapszin, identiteit en sociaal vertrouwen ontwikkelt en sociaal kapitaal wordt uitgewisseld.
De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling zegt hierover “De positie van burgers kan worden
verbeterd wanneer men in het beleid sterker aansluit bij het zelforganiserend vermogen van de
samenleving, door het stimuleren van sociale netwerken. Door te investeren in wat ook wel sociaal
kapitaal genoemd wordt, neemt het vertrouwen van burgers in elkaar en in de overheid toe. Dat
vergroot niet alleen de zelfredzaamheid van de samenleving, maar zorgt er ook voor dat het bereik
van voorzieningen toeneemt.” Let wel dat zelfredzaamheid hier niet wordt gezien als een individuele,
maar als een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Wat doet Alleato?
Investeren in de civil society is investeren in het zelforganiserend vermogen van mensen. Alleato heeft
veel kennis en ervaring op het gebied van het investeren in het zelforganiserend vermogen van
burgers. Met name in het versterken van de zelfkracht van burgers en het stimuleren van ontmoeting
middels projecten als ‘De deur uit’ en de ‘Dag van de Dialoog’. Met onder andere ‘TijdVoorElkaar’ wil
Alleato de sociale infrastructuur versterken en onderlinge hulp en gezamenlijke activiteit van burgers
bevorderen. Alleato wil graag partijen in Utrecht ondersteunen om vormen van capaciteitsgericht
werken toe te passen. Hierover leest u meer in de andere artikelen. Wat Alleato concreet doet op het
gebied van capaciteitsgericht werken vindt u terug op de hoofdpagina van de nieuwsbrief in de
rechterkolom.




