De bewoner wil en kan
Mensen leven niet meer zoals vroeger van generatie op generatie in dezelfde wijk of hetzelfde
dorp. Daarnaast heeft de systeemwereld van markt en overheid de functie van de leefwereld
verzwakt. Mensen doen weinig of geen beroep op elkaar. Hoe geef je weer vorm aan de lokale
sociale infrastructuur? Pascal van Wanrooy
De vorm en inhoud van onderlinge relaties in de wijk zijn veranderd. Contacten zijn vluchtiger, minder
duurzaam, en het behoud, laat staan de ontwikkeling, van wijk of buurttradities staat onder druk.
“Snelle veranderingen in de directe leefomgeving vergroten het gevoel van onbehagen. Het
lijkt erop dat, als de bekende omgeving verandert (door herstructurering, woonmobiliteit, een
andere samenstelling van de bevolking), een gevoel van sociaal vertrouwen en
herkenbaarheid verloren gaat.” Uit: Sociale veiligheid organiseren, Raad voor
Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO)
Zoals gezegd in het achtergrondartikel, de maatschappij zijn wij!, heeft ook de systeemwereld van
markt en overheid de functie van de leefwereld verzwakt en daarmee de relatie van bewoners
onderling veranderd. We hebben ons aangeleerd zo min mogelijk met elkaar te bemoeien. Hoezeer
deze onafhankelijkheid ook wordt gewaardeerd door veel mensen, het komt met een prijs. Het elkaar
niet kennen leidt tot irritatie, onbegrip, respectloosheid, gevoelens van onveiligheid, onverschilligheid
en, voor sociaal zwakkere bewoners, tot eenzaamheid; het gevoel niet betrokken te zijn en er alleen
voor te staan.
Versterken sociale infrastructuur
Niet voor niets antwoorden veel bewoners, als ze worden gevraagd of ze iets willen doen voor een
andere bewoner of hun eigen leefomgeving, hier positief op. Er is wel degelijk behoefte aan meer
contact en de bereidwilligheid elkaar te helpen en samen dingen te doen. Maar bewoners weten of
durven elkaar niet altijd te benaderen. Hier ligt een taak voor maatschappelijke organisaties om niet
alleen te investeren in problemen en specifieke doelgroepen in de wijk, maar ook preventief te
investeren in de lokale sociale infrastructuur - de wegen waarlangs mensen kunnen participeren in de
samenleving en relaties kunnen leggen met elkaar.
‘A strong community is a place that recognises the capacity of every living person as a gift and
ensures that these gifts are given.’ John McKnight -ontwikkelaar ABCD-methodiek.
De afgelopen jaren zijn nieuwe methodieken ontwikkeld met als doel de sociale infrastructuur in de
wijk te versterken. Een aantal daarvan komt uit de Angelsaksische landen, zoals ABCD, Can
Do/KanWel! en TimeBanks/TijdVoorElkaar. Andere zijn ontwikkeld in Nederland, zoals Web in de wijk,
de bronmethodiek en de presentiemethode. In haar publicatie ‘Goud in de buurt’ vat het VerweyJonker Instituut deze methodieken samen als ‘capaciteitsgerichte wijkontwikkeling’.
Capaciteitsgerichte wijkontwikkeling werkt aan empowerment, activering, het versterken van sociale
netwerken, bevorderen van onderlinge hulp en het vergroten van leefbaarheid vanuit eigen kracht en
motivatie van bewoners. Ook de opkomst van Web 2.0 is in dit verband interessant. Alleato heeft in
2009 een inventarisatie gedaan naar het gebruik van virtuele wijkgemeenschappen in de provincie
Utrecht.
Inspiratie
Sommige gemeenten hebben een voortrekkersrol wat betreft capaciteitsgerichte wijkontwikkeling.
Inspirerende voorbeelden zijn de ‘Deventer wijkaanpak’ en ‘Emmen Revisited’. Tijdens de conferentie ‘De kracht van ICT’, georganiseerd door Web in de wijk, zegt Ton Sleekink wethouder te Emmen: ‘Om
Emmen leefbaar en inspirerend te maken voor iedereen in de gemeente hebben we juist ook de
bijdrage van bewoners nodig. We vragen bewoners naar wat zij kunnen en willen doen. We willen
aansluiten bij de ambities en drijfveren van de bewoners in een concrete samenwerking. Wij
beschouwen de bewoners niet als klanten van de instituten, maar als gelijkwaardige partners, die
opvattingen hebben en zaken tot stand kunnen brengen. In die zin is Emmen ‘de inspraak voorbij’.
Betrokken zijn bij burger
Samen met de bewoners, als partner, te werken aan de civil society is een andere tak van sport dan
de bewoners bedienen als klant of cliënt. Het vergt het vermogen van organisaties en professionals
vanuit de instituten ‘af te dalen’ naar de leefwereld van bewoners om een gelijkwaardige relatie aan te
gaan. Het vergt oprechte aandacht en interesse in bewoners en stelt de ideeën en wensen van
bewoners boven de eigen doelstellingen van de organisatie. Het vergt moed, flexibiliteit en vertrouwen
om daadwerkelijk verantwoordelijkheden te delen. Het vergt geen zorgende of organiserende maar
coachende en faciliterende professionals. Het is een procesmatige benadering waarbij de overheid
vooral structuur en ondersteuning biedt van waaruit bewoners vanuit eigen kracht en motivatie elkaar
ontmoeten en dingen voor en met elkaar doen.
‘We hebben professionals nodig die mensen helpen zelf verantwoordelijkheid te nemen en
verantwoordelijkheid voor anderen. Het gaat niet om de vraag: hoe betrekken we de bewoner bij
de instelling, maar: hoe raak je als instelling betrokken bij de bewoner.’ Hans van Ewijk, lector
aan de Hogeschool van Utrecht.
Wat doet Alleato?
Alleato maakt in 2010 werk van capaciteitsgerichte wijkontwikkeling, mede mogelijk gemaakt door de
Sociale Agenda van de provincie Utrecht. In minimaal drie gemeenten gaat Alleato lokale partijen
ondersteunen bij het inzetten van de methodiek TijdVoorElkaar. Daarnaast gaan we samen met de
provincie Utrecht de provincie in om ambtenaren en professionals in het sociale veld bekend te maken
met de mogelijkheden van het web 2.0 binnen het wijkgericht werken. Meer informatie hierover vindt u
terug op de hoofdpagina van de nieuwsbrief in de rechterkolom.





