‘Ambtenaren bang voor ‘de burger’? Ik ben zelf een burger!’
‘Als helikopter boven de provincie hangen.’ Dat is één van de manieren waarop Annelien Noë,
projectleider Sociale Agenda, de rol van de Provincie ziet. Lees meer over de invulling hiervan.
Karin Verbeek
Als relatiebeheerder en programmamanager Toegang tot Basisvoorzieningen bij ICCO, de
interkerkelijke organisatie voor ontwikkelingssamenwerking, was Annelien Noë verantwoordelijk voor
beleidsontwikkeling en het aansturen van uitvoerende partners in West-Afrika. Met haar functie bij de
provincie zoekt zij het dichterbij huis: ‘Tijdens mijn studie riep ik altijd: “De wereld is mijn achtertuin”.
Maar je bent ver weg van waar het echt allemaal om draait; ik raakte meer en meer bewust van mijn
eigen omgeving en wil graag dichterbij kijken.’ Met de welzijnssector ziet zij inmiddels al meer
parallellen dan verwacht. Net als bij ontwikkelingssamenwerking gaat het volgens haar om het
versterken van kwetsbare groepen, groepen die buitengesloten zijn geraakt. Het is dezelfde
doelgroep, zij het op een ander niveau. Ook maakte de sector een ontwikkeling door waarvan
Annelien aspecten ziet die ook de welzijnsector kunnen versterken.
Software
Sinds de jaren negentig ligt het zwaartepunt van de ontwikkelingssamenwerking niet meer op
hardware, maar op software. Niet langer is de trend machines te transporteren en scholen te bouwen,
maar; te investeren in de eigen capaciteiten van lokale overheden, uitvoerende organisaties en de
lokale bevolking. Een trend die volgens Annelien bijdraagt aan de duurzaamheid van de investeringen
die in Afrika worden gedaan. Deze ontwikkeling van de laatste jaren maakt dat organisaties meer en
meer als faciliteerder en capaciteitsaanjager fungeren. Het devies daarbij: inzetten op eigen kracht en
niet op de stoel van de civil society gaan zitten. De trend is strategieën kiezen zodat landen in staat
zijn zelf te gaan besturen en te onderhouden. Na de tsunami kwam daar nog de kwestie van
transparantie bij. Organisaties die grote sommen geld hadden opgehaald voor de hulp kwamen onder
vuur en moesten laten zien: wie zijn wij, wat doen en hoe doen we dat?
Daarnaast vroegen de veranderingen professionalisering in het formuleren van een visie (Hoe
stimuleer je ontwikkeling?) en het formuleren van de eigen rol van de organisatie daarin.
Daaraan ten grondslag lag de verschuiving een top-down benadering, naar bottom up. Annelien: ‘Het
gaat om de balans tussen afstand en betutteling. Er is nog discussie over een begrip als ownership
bijvoorbeeld: Moeten de uitvoerders het beleid van de financier bepalen? Is volledig gedeelde
verantwoordelijkheid mogelijk? Daarvoor kiezen is het andere uiterste van het blauwdruksysteem,
waarbij het Westen, al dan niet met de Bijbel in de hand de oplossing kwam brengen.’ Verder noemt
ze de veranderingen die het ook van professionals eiste. Niet langer waren specialisten nodig, maar
generalisten: mensen die een faciliterende rol aannemen en oog hebben voor de complexiteit van het
hele vraagstuk.
Rol provincie
Ook de provincie kan op die manier haar rol spelen vindt zij: als een helikopter boven de provincie
hangen en ontwikkelingen zien, verbinden, adviseren en aanjagen. Vanuit een gelijkwaardige
verhouding tot de organisaties die in het maatschappelijk veld de sociale kwesties in de provincie
aanpakken en daarin complementair aan elkaar zijn. Dat is dan ook wat zij wil meenemen in haar
nieuwe functie. Annelien Noë: ‘Ik wil kunnen levelen en linken met alle niveaus. Een adviseur, maar
ook een verbinder zijn, een helicopterview hebben.’ Zelf heeft ze het hart bij de uitvoering, die passie
voor het werkveld brengt ze mee naar de Provincie: ‘Ik hoorde laatst dat ambtenaren bang zouden zijn
voor ‘de burger’. “Wie zijn dat dan?”, dacht ik; “Sinds wanneer ben ik geen burger?!”.’




