Geef burgers meer zeggenschap over welzijnsbeleid
Effectief welzijnsbeleid vraagt meer dan het betrekken van burgers bij de uitvoering van gemeentelijke plannen. De civil society verdient een grotere stem bij het bepalen van de doelstellingen van beleid.
De Nederlandse overheid heeft een zorgende traditie. In de jaren zestig begon zij te bouwen aan een sociaal systeem waarin de staat primaire verantwoordelijkheid draagt voor het welzijn van burgers. Sinds de jaren tachtig is de verzorgingsstaat op zijn retour. De verhouding tussen burgers en overheid veranderde, als gevolg van individualisering, democratisering, globalisering en secularisering en oprukkend marktdenken. In de jaren negentig was het beeld volledig gekanteld: burgers met een zorgvraag werden inmiddels beschouwd als zelfbewuste klanten die als individu verantwoordelijk waren voor het ‘inkopen’ van hun welzijn. Een benadering die voorbijging aan het feit dat lang niet iedere burger daartoe in staat is. En aan het feit dat burgers deel uitmaken van een civil society waarvan de leden elkaar over en weer kunnen ondersteunen en bijdragen aan elkaars welzijn.
Betrekken
Inmiddels worden belang en kracht van de civil society weer breed erkend. De invoering van de Wmo markeert die erkenning van de eigen kracht van burgers en het besef dat welzijnsbeleid ook een zaak is van die civil society. Echter: de formulering van doelen en beoogde resultaten van welzijnsbeleid is nog altijd een zaak van overheden. De lokale overheid definieert op te lossen problemen en formuleert doelen en beoogde resultaten. Vervolgens doet zij haar best om burgers bij de uitvoering te betrekken. Vaak mislukt dat, omdat de geformuleerde doelen onvoldoende aansluiten bij ideeën van burgers zelf. Of omdat die burgers niet in staat zijn de rol te vervullen die hen is toegedacht.
Winst
Er is een andere benadering nodig, waarin burgers, samen met maatschappelijke organisaties en overheden de doelstellingen en te behalen resultaten van beleid bepalen. Het is zaak dat beleidsdoelstellingen worden geformuleerd vanuit het willen en het kunnen van burgers. Beleidsmakers moeten ‘de knop omzetten’ en een deel van de regie - ook op inhoud - uit handen geven. Dat vergt een cultuuromslag maar levert veel op. Allereerst zullen meer projecten slagen, omdat ze aansluiten bij kracht en verantwoordelijkheid van betrokkenen zelf. Ten tweede: door verantwoordelijkheden meer bij burgers neer te leggen, stimuleer je burgerinitiatief, en dat is wat veel gemeenten voor ogen hebben. In een tijd van bezuinigingen, waarin gemeenten niet alles voor de burger kan regelen, is dat een groot voordeel.
Het leggen verantwoordelijkheid bij burgers kent wel beperkingen en voorwaarden. Om met het eerste te beginnen: sommige zaken van algemeen belang - neem veiligheidsbeleid - overstijgen het willen en kunnen van burgers, en moeten daarom de competentie blijven van de overheid. En over de voorwaarden: wie burgers de inhoud van beleid wil laten meebepalen, moet ze daartoe wel in staat stellen, door ze te ondersteunen en faciliteren. De rol van de overheid wordt hiermee een wezenlijk andere: hij verschuift van sturende kracht naar procesbegeleider.
Samenkracht
Uitgaan van de kracht van de civil society, vergt ook van welzijnswerkers een andere rol. Kern is dat zij niet gericht zijn op het oplossen van problemen, maar burgers faciliteren om dat - zoveel als mogelijk - zelf te doen, vanuit hun eigen mogelijkheden en sociale netwerken. Problemen oplossen blijft in sommige gevallen nodig, maar de primaire focus van welzijnswerkers verschuift naar het mobiliseren van de ‘samenkracht’ van burgers. De sociaal werkenden moeten hun agogische vaardigheden en kennis leren aanwenden om burgers te activeren tot zowel deelname aan sociale verbanden, als tot het leveren van bijdragen daaraan. Wederkerigheid is in dit verband een belangrijk begrip. Ook burgers die hulp nodig hebben, kunnen in veel gevallen iets aan anderen bieden. Dat dit niet altijd vanzelfsprekend is leert het volgende praktijkvoorbeeld uit Alleato’s project ‘TijdvoorElkaar’. Een meneer in een rolstoel had zich bij dit project aangemeld met een hulpvraag. Omdat wederkerigheid uitgangspunt is van TijdvoorElkaar kreeg de man als wedervraag wat zijn aanbod aan anderen zou kunnen zijn. De man was aangenaam verrast. Hij werd meestal niet aangesproken op zijn capaciteiten, maar bejegend als iemand die hulp nodig heeft. Hij bleek goed te zijn in het ontwikkelen van websites, en nu zet hij die vaardigheid in voor anderen.
Stap voor stap
Capaciteitsgericht werken vraagt een cultuuromslag bij lokale beleidsmakers en professionals in welzijn en bij burgers. Dat gaat niet van de ene op de andere dag, maar kost tijd. Het is zaak om met de nieuwe aanpak te experimenteren. Overheden moeten voorzichtig ruimte weggeven aan burgers en ervaren dat burgers die verantwoordelijkheid ook nemen. En het is zaak om behaalde successen vervolgens te vieren en met elkaar te delen.





