Zet probleemgedrag van meiden nu op de agenda

Probleemgedrag van meiden is een onderschat probleem. Gemeenten doen er goed aan om het thema hoger op de agenda te zetten en nu concrete actie te ondernemen.

Veel gemeenten zijn volop bezig met het herinrichten van het lokale veld: de inrichting van een CJG, de overheveling van onderdelen van de jeugdzorg naar gemeenten. Niet het juiste moment om de focus te verbreden? Toch wel. Door nu actie te ondernemen en meiden een prominentere plek te geven in de voorzieningen is er straks meer verankerd en hoeft er op een later tijdstip minder gemorreld te worden aan al opgebouwde structuren. Want dat er iets aan de hand is met meiden, dat staat vast.

Beloond
In de afgelopen jaren verschenen regelmatig rapportages en berichten in de media waaruit blijkt dat meiden steeds vaker voorkomen in de criminaliteitscijfers. Ze zijn bezig aan een inhaalslag en daar is de maatschappij niet op voorbereid. Het waren altijd jongens die overlast veroorzaakten, en waar dus het meeste geld heen ging. Als je rotzooi trapt, word je beloond met aandacht. Van meiden hadden we tot nu toe weinig last. Dat wordt zichtbaar in een databank van het NJI waarin alle ‘bewezen aanpakken’ voor de jeugd zijn te vinden. De aanpakken die speciaal op meiden zijn gericht, kun je op de vingers van twee handen tellen. Daarom is het nu het moment iets te doen. Preventieve maatregelen zijn nu nog zinvol. Maar ook het beter in beeld krijgen van de problematiek van meiden verdient aandacht.

Onderzoek
In 2010 deed Alleato onderzoek naar problematiek en criminaliteit van meiden tussen 12 en 18 jaar. Opvallende uitkomst was dat het aandeel meiden in de cijfers dan misschien stijgt, maar dat dat niet per se wil zeggen dat ze ook meer delicten plegen. Zo kan het zijn dat delicten die eerder onopgemerkt bleven, nu worden gesignaleerd en bestraft. Of dat de rechter nu anders kijkt naar delicten gepleegd door meiden dan een aantal jaar geleden, zodat meiden niet meer alleen als slachtoffer, maar ook als dader worden aangemerkt. Maar ook onderrapportage is mogelijk: volgens signalen uit het veld komt het voor dat rechters een meisje eerder een civielrechtelijke maatregel opleggen (bijvoorbeeld gesloten jeugdzorg) dan een strafrechtelijke maatregel, omdat soms nog het idee bestaat dat een jongere in een jeugdgevangenis, een JJI, geen behandeling krijgt. Het mag duidelijk zijn dat cijfers niet alles zeggen. Maar wat wel veel zei, waren de verhalen van de professionals die we spraken voor eerdergenoemd onderzoek. Bijna allemaal gaven ze aan dat meiden dan misschien niet zozeer crimineler worden, maar dat de problematiek waarmee ze te maken krijgen wel veel heftiger wordt. Niet alleen in de gezinssituatie komen vaker problemen voor, ook met een fenomeen als loverboys krijgen steeds meer meiden te maken.

Angst en depressie
Obstakel is dat meiden nog steeds veel internaliseren. Ze uiten hun gevoelens van onvrede en problemen minder door ongewenst gedrag te vertonen, maar ze kampen met angst- en depressiviteitsklachten, eetstoornissen en ander naar binnen gekeerd gedrag. Problemen worden zo pas zichtbaar als ze al in vergevorderd stadium zijn.
De eerste stap op weg naar meer aandacht voor meiden is het beter in beeld krijgen van de doelgroep. Dat is lastig: meiden zitten vaker dan jongens binnen in plaats van op straat rond te hangen. Voor jongerenwerkers niet de meest ideale situatie om hen te leren kennen. Deze situatie lijkt zichzelf gedeeltelijk op te lossen: meiden komen in toenemende mate het huis uit en verzamelen zich in bijvoorbeeld buurthuizen. Meiden die wel thuisblijven, zitten vaker dan vroeger achter internet: de ideale situatie voor het inzetten van een vorm van internethulpverlening.
Nadat de doelgroep in beeld is gebracht, kan het aanbod beter op hen worden afgestemd. Want meiden hebben behoefte aan andere dingen dan jongens. Dit aanbod kan preventief zijn, en tegelijk curatief. Een meidengroep waarin over zaken als liefde en seksualiteit wordt gepraat voorkomt dat meiden gaan worstelen met vragen waarvan ze denken dat alleen zij ermee zitten. Zo’n groep biedt meteen een veilige omgeving om te praten over ernstiger problemen, en over de mogelijkheid om een beroep te doen op hulpverlening. De gemeente kan dit faciliteren.
Dat meiden meer verdienen, moge duidelijk zijn. En ook dat het voor gemeenten juist nu het moment is actie te ondernemen. De mogelijkheden zijn legio. Alleato denkt graag met gemeenten mee over hoe ze dat kunnen concretiseren.

Aanmelden Nieuwsbrief Alleato



Miriam Zandvliet, MSc.

Miriam Zandvliet

senior adviseur

030 239 20 42
email | profiel

Alleato is een adviesbureau voor sociale vraagstukken in de provincie Utrecht. Wij brengen overheden, instellingen, burgers en bedrijven bij elkaar en ondersteunen hen bij het benutten van hun kwaliteiten. Alleato heeft krachtige netwerken en brengt nieuwe inzichten in de praktijk.