Ondersteuning allochtone mantelzorgers vraagt gecoördineerde aanpak
De signalen zijn er al jaren: veel allochtone mantelzorgers weten de weg niet te vinden naar instellingen die hun taak kunnen verlichten. Hoog tijd voor een gecoördineerde aanpak van overheden, zorginstellingen en migrantenorganisaties.
In oktober 2008 publiceerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) Portretten van Mantelzorgers. ‘Wie is de mantelzorger en waarom is zij (of hij) bereid soms jarenlang op onbaatzuchtige wijze hulp te verlenen?’, aldus de uitgangsvraag van deze publicatie. Opvallend gemis: tussen de zeventien portretten bevindt zich geen enkele mantelzorger met een migratieherkomst. Opvallend, want tot de groep mantelzorgers in Nederland - inmiddels zo’n miljoen mensen - behoort een groeiende groep die niet oorspronkelijk uit Nederland afkomstig is en eigen specifieke zorgen en vragen heeft. De blinde vlek in het SCP-rapport is symptomatisch. Ook zorginstellingen en organisaties die op enige wijze ondersteuning bieden aan mantelzorgers, zijn er nog onvoldoende van bewust dat ze hun aanbod ook moeten gaan richten op de groeiende groep Turkse en Marokkaanse mantelzorgers. En andersom: Turkse en Marokkaanse mantelzorgers moeten de weg leren vinden naar bestaande hulpstructuren, én naar de zorginstellingen in het algemeen. Uit diverse onderzoeken naar mantelzorgers met een migratiehistorie, onder andere door Alleato in 2007, blijkt dat zij nauwelijks bekend zijn met het ondersteuningsaanbod. Zij vinden de weg naar voorzieningen daarom niet of in onvoldoende mate. Dat is zorgwekkend. Vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) wordt juist in toenemende mate een appèl gedaan op mantelzorgers en vrijwilligers. Des te belangrijker dat zij weten waar ze terecht kunnen voor hulp en ondersteuning, bijvoorbeeld bij het Zorgloket en het Steunpunt Mantelzorg.
Sporen
Om te komen tot effectieve mantelzorgondersteuning, ook voor de burgers met een migratiegeschiedenis, is een gecoördineerde aanpak langs meerdere sporen noodzakelijk. Allereerst is het van belang de noodzaak van diversiteit in de mantelzorg breed op de agenda zetten. Ten eerste op de agenda van mantelzorgers met wortels in Turkije en Marokko, zodat zij meer vertrouwd raken met het aanbod van zorg en ondersteuning dat voorhanden is. Maar ook op de agenda van de lokale zorgaanbieders, zodat zij meer oog hebben voor de specifieke wensen en problemen van migranten en hun mantelzorgers. Hierdoor kunnen zij hun aanbod beter afstemmen op de doelgroep en zich meer voor hen openstellen. En ten slotte op de agenda van belangenorganisaties als de Wmo-raad en patiënten- en cliëntenraden, zodat zij meer vertegenwoordigers krijgen vanuit de migrantenhoek. Zo kunnen zij invloed uitoefenen op de toegankelijkheid en het aanbod van zorg.
Kleur in Actie
Alleato heeft de afgelopen jaren goede ervaringen opgedaan met zo’n gecoördineerde aanpak binnen het project ‘Kleur in Actie’ (KiA), dat we met vele partners uitvoerden in de gemeente Amersfoort. De inzichten die we in het project hebben opgedaan zijn buitengewoon leerzaam en delen we graag met andere partijen die willen bijdragen aan een effectieve mantelzorgondersteuning, ook voor de allochtone groepen in de samenleving.
Allereerst is het essentieel te komen tot een brede coalitie van partijen die gezamenlijk aan dat doel willen werken, zodat een duurzame inbedding van noodzakelijke maatregelen mogelijk wordt. Denk daarbij onder andere aan overheden, zorginstellingen, steunpunten mantelzorg, en migrantenorganisaties. In het geval van KiA vormden we een brede coalitie van het ministerie van VROM, de provincie Utrecht, de gemeente Amersfoort, het lokale steunpunt mantelzorg, en vele zelforganisaties van migranten in de gemeente Amersfoort.
Uit onze ervaringen met KiA blijkt het zeer aan te raden om bij de uitvoering sleutelfiguren in te zetten uit de eigen gemeenschappen die hun achterban wegwijs kunnen maken naar voorzieningen in de stad en informatie geven over regelgeving rond mantelzorg. Bij Kleur in Actie werkten we met ‘voorlichters in de eigen taal’ die ‘huiskamergesprekken’ in eigen kring organiseerden. Het centrale thema op deze bijeenkomsten was mantelzorg en alles wat dit onderwerp bij de deelnemers opriep. Ook maakten de KiA-voorlichters de mantelzorgers en ouderen van de eerste generatie wegwijs naar voorzieningen in de stad en gaven informatie over regelgeving rond mantelzorg. De aanpak met zulke voorlichters werkt uitstekend, mits ze professioneel worden gecoacht en begeleid
Direct contact
Om de brug te slaan tussen migranten enerzijds en zorginstellingen anderzijds is het raadzaam beide partijen direct met elkaar in contact te brengen. Dit neemt onbekendheid over en weer weg, en legt een basis voor vertrouwen en toenadering en ook voor specifieke maatregelen in het zorgaanbod voor allochtone ouderen. De goede ervaringen met het organiseren van direct contact heeft in de provincie Utrecht overigens geleid tot het project Kleur Bekend. Dit is een innovatieve voorlichtingscampagne waarin allochtone ouderen en hun mantelzorgers in direct contact komen met zorgaanbieders. Tijdens deze ontmoetingen, die een informeel karakter hebben, zodat de drempel laag blijft, maken allochtone ouderen en hun verzorgers duidelijk aan welke specifieke maatregelen en voorzieningen zij behoefte hebben. Op grond van deze informatie kunnen zorgaanbieders hun zorgaanbod beter toesnijden op deze groep. Een van de zaken die van belang blijkt is dat zorgaanbieders op korte termijn werk maken van een grotere diversiteit en cultuursensitiviteit bij personeel en vrijwilligers. Met name van de front-office medewerkers, omdat allochtone zorgvragers zich zo beter in het bestaande zorgaanbod kunnen herkennen.




