Feiten en cijfers
Hier leest u onder ander over de definities van jeugdparticipatie, en cijfermatige uitkomsten van onderzoek naar beleid en vrijwillige inzet van de jeugd.
Definities van jeugdparticipatie
Jongerenparticipatie wordt op verschillende manieren gedefinieerd. Er is geen eenduidige definitie en het kent vele vormen. De volgende vormen worden onderscheiden
- maatschappelijke en politieke participatie
- horizontale en verticale participatie
- passieve en actieve participatie
-
Maatschappelijke en politieke participatie
Maatschappelijke participatie, oftewel meedoen op maatschappelijk niveau, is van groot belang. Het is de intentie om de maatschappelijke betrokkenheid, sociale integratie en het besef van waarden en normen te vergroten, actief burgerschap en het nemen van verantwoordelijkheid voor de samenleving te stimuleren.Hier wordt gesproken over maatschappelijke participatie als doel. Maatschappelijke participatie als doel wordt omschreven als ‘socialisatie’ of ‘het ingroeien in de samenleving’. Voorbeelden hiervan zijn het doen van vrijwilligerswerk, toetreden tot de arbeidsmarkt of het doorlopen van een schoolcarrière.
In ‘Participeren doe je niet alleen’ (M. Julien (red.) Participeren doe je niet alleen: over participatie van jeugdigen in gemeentelijk beleid, Spectrum, Steunfonds Welzijn Friesland en IPP, 1997) wordt maatschappelijke participatie uitgelegd als de mate waarin jongeren invloed hebben op de activiteiten van maatschappelijke organisaties. Op deze manier wordt maatschappelijke participatie als middel uitgelegd. Maatschappelijke participatie als middel kan niet los worden gezien van gemeentelijk beleid: het is de beïnvloeding van beleid dat het dagelijks leven raakt. Voorbeelden van maatschappelijke participatie als middel zijn deelname aan de leerlingenraad, het organiseren van een sportevenement in de wijk, meedenken, meedoen en meebeslissen over activiteiten van maatschappelijke organisaties. In het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut en Stichting Alexander ‘De staat van jeugdparticipatie’ wordt dit beschreven als inspraak (ik kan mijn mening geven), invloed (er wordt iets met die mening gedaan) en initiatief (ik kan zelf iets organiseren).
Politieke participatie is de mate waarin jongeren invloed hebben op politiek beleid. Deze vorm van participatie richt zich op besluitvorming en besturing. Dit kan op landelijk niveau zijn, maar wordt meestal geïnitieerd op gemeentelijk niveau. Politieke participatie bestaat uit alle activiteiten van burgers die zijn gericht op de beïnvloeding van overheidsbeleid. Politieke participatie kan ook een middel zijn om maatschappelijke participatie te bevorderen. Voorbeelden hiervan zijn gemeentelijke jongerenraden, een jeugdpanel (zoals Top-X, het jongerenpanel van actualiteitenrubriek EénVandaag), politieke Jeugdorganisaties, jeugdmonitors en participatief jongerenonderzoek.
-
Horizontale en verticale participatie
Professionals zijn over het algemeen gewend te werken met burgers in de vorm van verticale participatie: burgers worden betrokken bij het beleidsproces van de gemeente of maatschappelijke instellingen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij inspraakavonden of buurtcomités.
Horizontale participatie zegt iets over de onderlinge betrokkenheid van burgers en overheid en het initiatief. Er is sprake van wederkerigheid. Het initiatief kan bij kinderen en jongeren liggen of zij worden in de besluitvorming en uitvoering begeleid door volwassenen. Stichting Plattelandsjongeren Utrecht geeft aan dat veel activiteiten waarin jongeren participeren nog vaak op initiatief van volwassenen ontstaan. Anders gezegd: verticale participatie voert de boventoon.
Klik hier voor een schematische weergave van de kenmerken van horizontale en verticale participatie.
-
Passieve en actieve participatie
De betrokkenheid tijdens de uitvoering van een initiatief of activiteit kan worden uitgedrukt als actieve of passieve participatie. Bij passieve participatie, waarbij het gaat om deelname van jongeren in de voor hen georganiseerde activiteiten, zoals sportclubs of onderwijs. Jongeren worden zelden betrokken bij de opzet en totstandkoming van deze activiteiten en hebben meestal weinig invloed op de inhoud ervan. Het geeft de indruk dat beleid over de hoofden van de jongere gemaakt wordt; dat het gemeentebestuur of maatschappelijke organisatie geen inzicht heeft in wat er onder jongeren leeft en jongeren geen inzicht hebben in het doel van beleid en in beleidsprocessen. Interessanter is de vorm van jeugdparticipatie die juist een actieve betrokkenheid in processen vraagt. In deze vorm beperkt de participatie zich niet tot het meedoen van jongeren aan activiteiten die voor hen zijn georganiseerd. Micha de Winter schrijft in Kinderen als medeburgers (1997) dat actieve betrokkenheid betekent dat jongeren hun wensen en behoeften aangeven en dat zij daar vanuit meedenken en meebeslissen over mogelijke oplossingen en daarvoor medeverantwoordelijkheid dragen. Dit zegt niets over wie het initiatief neemt: jongeren hoeven niet per se het initiatief te nemen, maar zijn wel vanaf het begin betrokken in een actieve rol.
Feiten en cijfers
In februari 2010 hebben het Verwey-Jonker Instituut en Stichting Alexander De staat van de jeugdparticipatie in Nederland gepubliceerd. Zij hebben een quickscan gehouden onder 175 gemeenten in Nederland. Hieronder noemen we een aantal opvallende uitkomsten.
- Meer dan 95% van de gemeenten heeft jeugdparticipatie als beleidsdoel opgenomen;
- 86% van de gemeenten die hebben deelgenomen aan het onderzoek streeft er met beleid op jeugdparticipatie naar om jongeren eigen initiatieven te laten ontplooien;
- Jeugdparticipatie is nog volop in ontwikkeling in gemeenten. Ruim 1/3 van de gemeenten is van mening dat jeugdparticipatie het stadium van de kinderschoenen is ontgroeid;
- Slechts 26% van de gemeenten is tevreden met wat met het beleid op jeugdparticipatie is bereikt.
De vragenlijst die is gebruikt is onderdeel van het instrument Be Involved, dat de kwaliteit van jeugdparticipatie meet aan de hand van de vragenlijst voor gemeenten. Kijk op de website voor meer informatie over dit instrument en de toepassing ervan.
Knelpunten die gemeenten ervaren in het stimuleren en facilteren van eigen initatief van jongeren zijn onder andere:
- de organisatievorm en taal van jongeren wijkt af van die van de overheid;
- jeugdparticipatie is niet geïmplementeerd in het beleid van diverse sectoren en;
- tijdsbestek langdurige projecten versus de dynamiek van de jeugd.
Op hun website geeft Movisie informatie over jongerenparticipatie door middel van vrijwillige inzet. Zij hebben de belangrijkste cijfers en interpretaties rondom jongeren en vrijwilligerswerk verzameld. Enkele uitkomsten:
- Het percentage jongeren dat vrijwilligerswerk doet varieert van 17 tot 44%
- Jongeren (18-25 jaar) tonen minder animo om vrijwilligerswerk te doen, Als belangrijke concurrent voor het doen van vrijwilligerswerk worden de vele bijbaantjes van scholieren (12-18 jaar) genoemd.
Met de invoering van de maatschappelijke stages wordt de vrijwillige inzet van jongeren gestimuleerd, evenalsdoor programma's rondom vrijwillige inzet zoals 'Vrijwillige inzet voor en door jeugd en gezin' van ZonMW (gefinancierd door ministerie van VWS).
Kennis Dossiers | Jeugdparticipatie





